FESTIVAL d'AVIGNON

BEPFALK MUSIC 1984-1998
In 1984 heb ik voor het eerst op straat gespeeld als straatmuzikant samen met kompaan gitarist Henk de Geus ( nu bekend als zigeuner jazzgitarist ) zomer 1984 tijdens het vermaarde theater festival van Avignon in de Vaucluse bij de Provence, Zuid Frankrijk. Het leek mij wel leuk om te doen. Zo kon ik vakantie vieren in Zuid Frankrijk en tegelijkertijd wat geld verdienen voor de reis er naartoe en het verblijf al daar. We hadden een klein repertoire van instrumentale jazz standards in de stijl van Django Rheinhardt. Ik speelde net een beetje gitaar en beheerste deze stijl nauwelijks, maar ik zou mijn best doen. We reisden per trein naar het zuiden samen met saxofonist Anne Zwaga, die ook op straat zou gaan spelen. Hij had vier nummers op zijn repertoire staan, waarvan 'I remember Clifford' mij is bijgebleven. Henk en ik begonnen voor het eerst op het grote centrale plein la Place de l'Horloge. Een plein met vele terrassen onder monumentale platanen. Ik was wel zenuwachtig om te beginnen. Op straat spelen is toch heel wat anders dan optreden op een poppodium waar iedereen voor jou komt. Twee weken voor de vakantie plukte ik nog de bas bij Mark Foggo in het voorprogramma van Paul Weller (the Jam) in Paradiso. Je hebt een heel andere mentaliteit nodig om op straat te spelen en ook nog eens om wat geld binnen te halen.
Ten eerste moet je wel goed zijn en ook opvallen. Ik vond, dat wij toen nog niet goed waren en ook waren wij op dat drukke plein nauwelijks te horen. Al doende leert men. We zochten toen andere plekjes op in de stad, maar een groot succes was het die zomer zeker niet.
We verdienden wel wat, maar echt genoeg was het nog niet om de hele vakantie te betalen. Wel hadden we vele goede contacten gekregen en maakten veel kennissen. Na een week stelde Henk voor om naar de Ardèche te liften en daar wat te gaan spelen. We stonden nog geen 5 minuten en er stopte al een grote auto met een heel mooie Française achter het stuur en we konden meerijden. Ik voorin naast haar en Henkie achterin. In de bergen vroeg ze mij om het dashboardkastje open te maken en er een grote joint uit te halen. Ik moest het gevaarte ook aansteken. Het gekke is dat ik helemaal niet van hasj hou, maar ze keek mij aan op een manier dat ik niet kon weigeren stak het aan en nam er een trekje van. Nou ik kon het direct merken. Zij nam ook een paar halen en samen werden we erg vrolijk. Henkie, die normaal altijd hasj rookte, maar dan alleen zonder tabak met een pijpje, was niet betrokken met datgene wat wij zagen verschijnen tussen de bergen, want hij wilde geen joint met tabak. We swingden nog in Vallon-pont-d'Arc en namen 's avonds afscheid van Valérie, zoals de dame heette.
Het spelen op straat bleek hier ook niet echt geweldig, maar Anne Zwaga, die hier ook weer op het straattoneel verscheen had in zijn eentje ook niet meer succes dan wij. Hij stuurde op het plein wel een heel Jezus koor van 30 man weg en zei - in gebrekkig, maar grappig Frans - dat hij nou aan de beurt was en zette een poging in van 'I remember Clifford'.
met Henkie in Vallon-pont-d'Arc
Mijn debuut als straatmuzikant was die zomer geen succes. Wel veel geleerd en leuke dingen gedaan. Wat ik hier muzikaal geleerd had aan bijvoorbeeld slagvaardigheid op de ritmegitaar (deze term moet je heel letterlijk nemen), volumebepaling ten gunste van de dynamiek van een bepaald nummer leer je niet op een popacademie of conservatorium. Ook mijn tremoleren op 1, 2 ,3, 4, 5 of 6 snaren heb ik hier geleerd met veel verkeerslawaai om mij heen. En vergeet de sociale vaardigheid niet en de omgang met het publiek. Leer je ook niet op school.
Het jaar daarop wilde ik het toch weer eens proberen in Avignon tijdens het festival. Dit keer ging ik erheen met contrabassist Frans Span met wie ik wel eens optrad in Nederland. Hij was toen al vaste bassist van Paul van Vliet en zou later in 1990 tragisch komen te overlijden bij een auto ongeluk. In Avignon speelde Frans ook akoestisch gitaar met hetzelfde jazz standard repertoire. Ook dit keer was het geen succes, maar toen ik bij een bepaald nummer ging zingen bleek het veel meer gewaardeerd te worden door het publiek. Ik stelde voor om meer liedjes te gaan zingen. Na een paar dagen kwamen we Jacob de Haan tegen, die ik kende uit Leeuwarden van de funkformatie Gaddafunk. Jacob zou later wereldberoemd worden als HaFaBra componist, maar hier speelde hij op straat met een voorgeprogrammeerd keyboardje. 's Avonds haalden we nog gevaarlijke stunts uit onder le pont Daladier over de Rhône. Die brug stond in de steigers en dan kon je daaraan hangen en zwaaien 20 meter boven het snelstromende water.
De volgende dag zouden we begin van de avond weer in de stad optreden, maar toen we bij de auto van Frans kwamen, die ergens bij de stadsmuur geparkeerd stond, bleek dat er was ingebroken. Onze gitaren waren gestolen en de inhoud van het dashboardkastje was ook weg. Jacob zijn auto, die ook in de buurt geparkeerd stond bleek ook verdwenen, maar die heeft hij later weer gevonden. Doordat wij geen gitaren meer hadden moesten wij de vakantie voortijdig beëindigen.
Weer een jaar later in zomer 1986 ging ik weer naar Avignon om op straat te gaan spelen tijdens het festival. Dit keer met kompaan / saxofonist Hans Wijnbergen. In zijn lichtblauwe Ford Granada zoefden we op weg naar het zuiden van Frankrijk over péages en routes national met altijd prachtig weer.
Ik had nu alleen vocale nummers in het repertoire. Veel jump & jive swingers en jazzy standards. Hans en ik hadden redelijk succes op het grote plein. We trokken veel publiek. Dit kwam ook mede door de opzienbarende show van Hans. Hij speelde met zijn saxofoon op daken van rijdende auto's, al liggende op de grond, spelend achter mooie vrouwen aan en nog veel meer stunts. De mensen vonden het allemaal prachtig alleen viel de opbrengst wat tegen, want als we dan langs gingen met de pet dan liepen er toch velen weg. We hadden ook geen vaste bottler (een meisje dat voor ons het geld ophaalde). Daarom moesten we wat anders bedenken. Nu gingen we gewoon tegen etenstijd bij een leeg geschikt terras staan wachten totdat het na een half uurtje vol was. Dan spelen en na 20 minuten met de pet rond. Dit bleek een gouden greep. We zochten de terrassen ook niet meer op het Place de l'Horloge, maar in de aangrenzende straten. Zo hadden we in rue Galante een geschikt terras bij een Vietnamees restaurant gevonden waar onze avond optredens konden beginnen. Dan het tweede terras le Jasmin om de hoek en eventueel een derde. Als we ongeveer na 2 of 3 terrasjes 300 frank de man hadden (ongeveer 100 gulden) stopten we met spelen en gingen we nog hier en daar wat drinken of mensen opzoeken waarmee we kennis maakten tijdens het spelen. Van de 300 frank besteedde ik de volgende dag ongeveer 200 voor eten en drinken en dergelijke (zeg maar zakgeld) en 100 frank spaarde ik op voor de terugreis en om de camping te betalen om vervolgens de volgende dag weer dat bedrag binnen te halen. Een keer hield ik zelfs zes honderd gulden over na de vakantie. Mooi gratis actieve vakantie zeg maar en thuis kocht ik daar een kleurentelevisie van.
Eén ding is ook zeker: je maakt gemakkelijk vele vrienden met het spelen op straat. Zo werden we ook een paar keer gevraagd om op feestjes te gaan spelen bij mensen thuis even buiten de stad. We spraken een leuk prijsje af en zo kwamen we bij mensen, die prachtige huizen hadden met mooie zwembaden. Net zo als b.v. Villa Felderhof en van die locaties die je wel kent uit die ouwe Franse films. Bijna alle gasten waren dan prachtig gekleed in avond dress en de vrouwen droegen ook vaak jarretelles. Brigitte, onze charmante gastvrouw bleek een part time gids te zijn van het pausenpaleis, het 'palais du pape' en heeft mij later wel eens rondgeleid met Hans en in 1996 met Carla. Zo kwam ik op plekken waar normaal gesproken de toeristen niet mochten komen.
Met Hans in rue Galante
Ik kreeg ook steeds meer door hoe het op straat spelen bij een vast terras werkt. Eerst een terras uitzoeken en dan gaan 'posten' op een opvallend plekje, zodat ander muzikanten, die er ook willen gaan spelen nu kunnen zien dat het jouw plekje is, jouw terras voor het komend half uurtje. Dit is een soort code waar de meeste straatmuzikanten zich aan hielden op enkele asociale types na.
De zigeuner artiesten en hippie freaks hielden zich ook nooit aan de regels. Later meer hierover. Als we dan voor een terras stonden te spelen is het mij ook opgevallen, dat je de mensen ook zo af en toe moest aankijken. De mensen moest betrekken in het spel. Dan kreeg je als je rond ging met de pet, meer geld binnen. Op een keer stonden Hans en ik te posten bij de Vietnamees in de rue Galante en het was verschrikkelijk warm. Het zweet droop steeds van mijn kale kop af en ik had erg dorst. Ik kocht een blikje Orangina voor 10 frank en tijdens het spelen had ik het nog bijna volle blikje voor mij op de grond staan. Er kwam een zigeunerjongetje aan van een jaar of 12 en die pakte mijn blikje op en nam het mee. Al weglopend dronk hij het op. Ik was pissig en wilde achter het ventje aan, maar ik was bezig met de show en kon dus niet achter hem aanlopen. Later op de avond toen we al klaar waren met spelen gingen Hans en ik nog een broodje halen bij de Burger King dans la rue de la République. Ik had mijn broodje voor de helft op toen ik datzelfde jongetje weer zag en begon tegen hem aan te schelden en vroeg waar mijn blikje Orangina gebleven was. Hij liep snel weg en toen gooide ik de helft van mijn broodje nog naar hem toe vanaf 3 meter. En iedereen om mij heen was in één keer boos op mij, omdat ik een drassig broodje naar dat 'onschuldige' jochie smeet.
Hans en ik liepen daarna richting Place de l'Horloge om te kijken of daar nog wat te beleven viel en ook wilde ik even kijken of Nadine daar zou zijn, een meisje waarmee ik tijdens het spelen kennis had gemaakt. ( zij haalde een nieuw blikje voor mij ). Bij het plein aangekomen zag ik dat er veel volk was en natuurlijk was er van alles te beleven. Uit het niets kwam een clown op mij af rennen en spoot mij midden in mijn gezicht nat met een waterpistool. Ik hou helemaal niet van clowns en zeker niet als ze mij natspuiten. Ik was boos en ik probeerde hem te pakken te nemen. Het omringende publiek vond het prachtig en dacht dat het bij de act hoorde en begon nog harder te applaudisseren. Ik rende nog sneller achter hem aan, maar kreeg hem niet te pakken. Hij bleef zich tussen het publiek verstoppen. Het leek wel Comedy Capers. Ik riep Hans om hem ook tegen te houden. Die legde zijn sax neer op de grond, maar we kregen hem niet te pakken. De volgende dag liepen Hans en ik over hetzelfde plein op weg naar ons eerste terras in de rue Galante en zagen een clown bezig met een show. Dit was een andere clown. Hij kwam uit Oostenrijk en we hadden al eens met hem gesproken. Hij haalde allerlei fratsen uit en kan zo op die manier wel 10 terrassen in 1 keer bespelen. Hij haalde dan gemakkelijk gemiddeld 2000 frank op in twee voorstellingen vertelde hij ons.
En als ik hem dan zo bezig zag dan wilde ik dat wel geloven.
In ieder geval was hij toen ook weer bezig met een act. Hij liep dan achter nietsvermoedende passanten aan en imiteerde hun bewegingen. Dit deed hij wel erg goed. Hans zei tegen mij: 'even een geintje uithalen'. Hans begon opzichtig over het grote plein te lopen op een manier dat de clown hem in de gaten kreeg en het publiek ook. En ja hoor. Hans had beet. De clown begon hem in alles na te doen niet vermoedend dat Hans een grapje met hem uithaalde. Hans krabde eens over zijn hoofd van achter naar voor. De clown deed precies hetzelfde. Midden op het grote plein echter deed Hans zijn broek naar beneden en ik zag dat de clown schrok van deze 'move'.
Toen Hans zelfs zijn onderbroek naar beneden deed en Hans met zijn Schwans in de hand stond, draaide de clown zich om en verdween in de menigte. Achteraf denk ik nu, dat we goed gescoord zouden hebben als we toen met de pet rondgingen.
's Nachts jamde Hans nog wel eens met een Afrikaanse band in een 'peniche' (soort rijnaak) op de Rhône. Vette funk met Afrikaanse invloeden. À gauche, à droit, au milieu. Swingen van links naar rechts en weer in het midden. Er kwamen veel slettenbakjes en ik kwam pas weer 'thuis' op de camping als het weer licht was. Ook speelden we ook wel eens voor de lol ergens op een leuk plekje. Dan kwamen er veel mensen om ons heen zitten met flessen drank. Zeer gezellig. Een keer midden in de nacht speelden we aan het begin van le pont Daladier en na een half uurtje was het er al zeer druk. Voorbijgaande auto's stopten, een rechter uit Duitsland, die op dat moment op de camping in zijn tent bezig was met zijn vriendinnetje (vertelde hij ons later), deed snel zijn kleren aan en kwam op Hans' saxofoongeluid af. Luit Middendorp uit Friesland regelde het verkeer en zorgde dat iedereen een goed zitplaats had.
Overdag zijn Hans en ik vaak gaan zwemmen in de buurt van de Pont du Gard: een Romeins aquaduct van ongeveer 40 meter hoog. In die tijd kon je er nog helemaal bovenop klimmen, maar je moest wel oppassen dat je er niet afsodemieterde, want de 'Mistral' kon best hard waaien. Zo stonden we er ook een keer bovenop met Deense vriendinnen Lotte en Beverly. Beverly heette eigenlijk niet zo, maar omdat het daarbovenop zo hard waaide verstond ik haar naam niet zo goed en ik dacht dat ze zei: 'you can call me Bef' en de spraakverwarring maakte de middag tot een gezellige dag.
Met Hans heb ik nog tot en met 1990 in Avignon gespeeld. Van 1991 tot en met 1995 had ik een nieuwe partner. Mijn contrabas medemuzikant van het latere French Connection: Oeds Bouwsma.
 Pont du Gard
1 keer speelden we zelfs met ons drieën in de rue Galante toen Oeds Hans 'afloste'. Met Oeds had ik een lekkere bas back up in de rug. Hij bleef steady op 1 plek staan en ik liep heen weer voor het terras. De 'show' liep gesmeerd. Bij 800 tot 1000 frank hielden we op te spelen. Dan hadden we weer genoeg zakgeld voor de volgende dag. Ons tweede terras op het place St. Pierre was mijn favoriete terras. Hier was praktisch geen verkeerslawaai. Hier kon ik ook lekkere jazz ballads zingen zonder gestoord te worden door langskomend verkeer. En bovendien was daar een goede akoestiek. De 'slow songs' werden door het publiek goed gewaardeerd en ook zong ik voor het eerst Franse liedjes zoals bijvoorbeeld 'Comme l'habitude' (my way), 'Les feuilles mortes' en 'Un soir de plui'.
Het terras van restaurant l'Epicerie was en is dan ook mijn favoriete terras. Als wij b.v. 'Round Midnight' van Thelonius Monk speelden, dan ging er bij één van de buren ergens boven een luik open en kwam er een hoofd van een man naar buiten hangen met een fles whisky of een fles wijn. Het teken dat wij na de show bij hem een glas konden meedrinken. Dit zou zich jaren later een paar keer herhalen.
Oeds en ik werden ook een paar keer uitgenodigd op feestjes van Franse studentenmeisjes ergens in een huisje en een jaar later op een péniche op de Rhône. Marjon, Lise en Sacha waren alle drie jarig en vroegen ons om bij hun te spelen. We swingden tot vroeg in de morgen tot de zon al weer hoog aan de hemel stond. In Les Angles even buiten Avignon speelden we in de tuin van een heel grote villa bij mensen die 'une fête baptisé' vierden. Na ons korte optreden bleven we nazitten en ik werd een paar keer ten dans gevraagd, maar ik was zo moe van de hitte en vroeg aan Oeds of hij wilde dansen. Hij was gelukkig niet flauw zoals de meeste muzikanten (die nooit willen dansen), maar hij begon aan een soort slow fox met een mooie jongedame en trapte haar regelmatig op de voeten met zijn lange benen. Een zus van de gastvrouw nodigde mij uit om haar nieuwe badpak te bekijken binnen in huis en even later sprong ze zonder dat kledingstuk in het zwembad. Ook die nacht werd het weer laat.
<met Oeds op place de Jerusalem
met Sylvia op het 'telterras' place du Change

Van 1996 tot en met 1998 speelde ik in Avignon tijdens het festival op straten, pleinen en terrassen met zangeres / pianiste Carla Schaap. Zij had een keyboardje met batterijen meegenomen, die redelijk hanteerbaar was. Wij speelden op de voor mij intussen bekende plekken en ik werd onderhand ook al herkend door de plaatselijke uitbaters van restaurants en café's. Ook kwam ik muzikanten tegen die ik kende van voorgaande jaren. Er waren er een paar bij, die ook steevast elk jaar tijdens het festival op terrassen speelden o.a zanger / gitarist José Alvarez uit Spanje en ook een meisje uit Parijs op viool. Beiden vond ik ook vrij professioneel. Het meisje speelde volgens mij 's middags en 'avonds wel 8 uren achter elkaar en haalde volgens mij wel 500 gulden per dag op.
Carla zong prachtig. De Braziliaanse samba ballad 'Corcovado' bijvoorbeeld zong zij in het Portugees en zij werd daardoor ook wel eens door Portugezen (of Brazilianen) in het Portugees aangesproken. Dachten dat Carla uit Brazilië kwam. Na het optreden deden we de instrumenten in het 'Hipperke' (een Seat Marbella van Carla's moeder) en gingen daarna nog lekker slempen in de Tapas Bar in rue Galante. Een stuk of wat tequilaatjes en coronaatjes plus schaaltjes tapas met calamars à la Romaine ( inktvisringen in beignetvorm), crevettes à l'ail et persil,
boulettes de viande of caracoles sauce piquante (escargots) voor 12 frank per schoteltje. Het leuke van deze Poco Loco tapas bar is de gemoedelijke sfeer zonder deftige omgangsvormen. Er wordt gewoon door iemand over je tafel heengestapt als diegene niet anders op zijn bestemming kan komen. Er kwamen hier veel kunstenaars, muzikanten en theatermensen en af en toe een enkele toerist. Ik had er ook wel eens gespeeld en het was bijna altijd feest. Veel lawaai van stemmen, bestek en gerinkel van glazen. Eén en al gezelligheid. De tequila shots smaakten ook erg goed en regelmatig hoorde je dan een getik op tafel van tientallen glaasjes om ons heen die dan daarna in één keer opgedronken werden. Gelach! Geschreeuw! Gezellig!
De bekende saxofonist Kees Romers, die ook op straat speelde, kwamen wij tegen en samen met zijn vrouw en kinderen vierden wij mijn verjaardag bij restaurant Monsieur le Brun. De uitbater mijnheer de Bruin had een speciale verjaardags verrassingstaart met kaarsjes. Het was de 14e juli, de nationale feestdag in Frankrijk. Kees Romers werd op straat gefilmd door een Nederlandse televisieploeg, die een documentaire maakte over straatmuzikanten en straattheater. Was een maand later inderdaad op TV. Met Kees hebben Carla en ik ook een paar keer op straat gespeeld.
Op een keer was ik aan het 'posten' bij het terras van de Vietnamees in rue Galante. Het was er nog niet druk en Carla was even een straatje om. Het duurde lang voordat er deze keer wat mensen op het terras gingen zitten. Er kwamen al een paar andere muzikanten langs om te kijken of het terras 'vrij' was. Ze zagen mij zitten en knikten vriendelijk goeiedag en liepen door op weg naar een ander terras. Op een geven moment, het terras was nauwelijks half vol en Carla was nog niet terug, kwam er een hippie achtig theaterfiguur op 'mijn' terras. Een freak. Met alleen een lullig trommeltje begon hij in het Frans te blèren. Ik ging erheen en vertelde hem dat ik al een tijdje stond te posten, te wachten totdat er wat meer mensen zouden gaan eten. Hij moest maar op zijn beurt wachten. Die gast deed alsof hij mij begreep en stopte even. Ik liep terug naar mijn plekje, maar even later begon hij weer met zijn 'act'. Natuurlijk ging ik er weer op af. Ik heb ten slotte niet voor niets staan wachten. Weer vertelde ik, dat hij op zijn beurt moest wachten. Nu had hij het begrepen dacht ik, maar even later trok hij de aandacht van het terras, dat intussen wel bijna bezet was. Voor de derde keer ging ik naar hem toe en zei dat het nu afgelopen moest zijn en prikte hem zachtjes met mijn snarenschaartje (gebruikte ik i.p.v. een tangetje voor het wisselen van snaren) op zijn riem en drukte zachtjes door en vroeg hem vriendelijk op te zouten:
"Casse-toi d'ici , gros con". Hij had het nu wel begrepen en er werd voor mij geapplaudisseerd zelfs door de uitbater. Carla kwam net de straat inlopen en vroeg wat er aan de hand was. Ik vertelde haar wat er voorgevallen was en toen begonnen we te spelen:

'This Masquerade'.
'Are you really happy here
with this lonely game we play,
looking for words to say
searching but not finding
understanding anywhere
we're lost in a masquerade'

Carla in rue Galante met theatergroep
met Carla op place des Chataignes


Een paar dagen later speelden we op ons derde terras op Place des Chataignes.
Na een paar liedjes kwamen twee mensen van de politie op ons af en vertelden ons dat wij op moesten houden, omdat er een nieuwe gemeentelijke verordening was uitgevaardigd. Muziek maken met elektronische instrumenten of die hun stroom verkrijgen door middel van batterijen mocht vanaf die dag niet meer. Als we wel zouden gaan spelen zouden we een vette boete kunnen krijgen. Ik heb later op het politiebureau gevraagd hoe dat zat. Ze wisten daar van niks, maar het zou wel eens zo kunnen zijn. Een raar verhaal. We schoten er niets mee op. Later had ik zelfs gedacht, dat die zogenaamde politie mensen op straat wel van een theatergroep waren. Dat het een straatact was. Een geintje dus. Maar weer van andere straatmuzikanten hoorden we, dat het wel echt was. Daarom hielden we op te spelen en was het de laatste keer dat ik in duo verband in Avignon heb gespeeld op straat. Een paar jaar later heb ik nog wel eens in mijn eentje voor de lol een paar setjes gedraaid in rue Galante en op place St.Pierre, maar toen bleek de straatmuzikantenmarkt overspoeld te zijn door vele accordeonisten uit Bulgarije en Roemenië, die vervelend waren. Opdringerige gasten, die dachten dat de hele straat van hun was.

Al met al kan ik nu concluderen, dat ik muzikaal veel heb opgestoken op straten en pleinen van Avignon en daar heb ik nu als lid van French Connection nog steeds wat aan.